Wijzigingen sinds 1 januari 2020 hebben eigenaars van zonnepanelen helemaal uit het lood geslagen. Het Brussels Gewest maakte immers een einde aan het systeem voor de compensatie van de consumptie/injectie van zelf opgewekte energie. Tegelijk zou het aantal groenestroomcertificaten voor prosumers moeten dalen. We stellen hetzelfde vast in Wallonië met de invoering van het prosumententarief op 1 mei 2020, ondanks een poging van de Waalse regering om deze maatregel uit te stellen tot 2025. Vlaanderen plant dan weer een geleidelijke uitstap.

Die compensatie was tot voor kort een van de stimulansen die in België werden ingevoerd om huishoudens aan te moedigen zonnepanelen te laten plaatsen. Dit systeem houdt in dat de door zonne-energie opgewekte elektriciteit die in het net werd geïnjecteerd, wordt afgehouden van de verbruiksfactuur, en dat zowel wat de aankoop van elektriciteit als de kosten voor het gebruik van het net betreft.

Maar de Europese richtlijn ‘Electricity market design’, die in juni 2019 werd goedgekeurd, spoort de lidstaten aan om dit compensatiesysteem af te schaffen tegen eind 2023. Waarom? Om alle consumenten, zonnepanelen of niet, op een eerlijke manier te laten bijdragen aan de netkosten. Die uitstap uit het compensatiesysteem start in België in 2020. De maatregelen verschillen wel van gewest tot gewest.

Zin in meer goede tips over energie? Schrijf u dan in voor onze newsletter. Tank tal van goede advies om uw energiefacturen te verminderen.
Ik schrijf me in Onze beste tips elke maand!

Brussel: einde van het compensatiesysteem en vermindering van de groenestroomcertificaten

Het einde van het compensatiesysteem

De Brusselse regulator maakte op 1 januari 2020 een einde aan het principe van de ‘terugdraaiende teller’ (ook het compensatiesysteem genoemd). Het Brussels Gewest is het eerste dat die uitstap waarmaakt.

De prosumers van de hoofdstad zijn nu al verplicht een dubbele stroommeter te plaatsen. Dit vergemakkelijkt de invoering van deze nieuwe maatregel. De Brusselse huishoudens zien op hun tellers al de werkelijke stroomhoeveelheden die van het net worden genomen.

De eigenaars van kleine fotovoltaïsche installaties (minder dan 5 kWc) betalen zo niet enkel meer de netwerkkosten op het verschil tussen de kWh die ze van het net namen en de kWh die ze injecteerden. Ze betalen dan netkosten op alle kWh die ze werkelijk van het net nemen. De compensatie blijft trouwens gelden voor het energiegedeelte, het zogenaamde ‘commodity’ gedeelte. Voor de installaties met een vermogen van meer dan 5 kWc, die nu geen enkele compensatie krijgen, verandert er niets.

Minder groenestroomcertificaten

In de loop van 2020 zal het aantal groenestroomcertificaten voor nieuwe fotovoltaïsche installaties in Brussel worden verlaagd. Ter herinnering: een groenestroomcertificaat is ‘een immaterieel waardepapier dat pas een financiële waarde krijgt wanneer het wordt verkocht‘ (bron: CWaPE). Voor eerder geplaatste installaties is er geen terugwerkende kracht.

Concreet zullen kleine installaties van minder dan 6 kWc 17% minder groenestroomcertificaten krijgen. Grote installaties zien hun groenestroomcertificaten met 13 tot 42% afnemen, afhankelijk van de grootte van de installatie. Wat niet verandert, is de belofte: een terugbetaling van je investering in 7 jaar. Die daling van de toegekende groenestroomcertificaten kan worden verklaard door de daling van de prijs van zonnepanelen. Volgens Brugel is de prijs voor een installatie van 3 kWc van 8100 euro in 2012 gedaald naar 4800 euro in 2018.

Bovendien moet die vermindering van de toegekende groenestroomcertificaten voorkomen dat er een economische bubbel ontstaat

“Met een te voordelig systeem dreigt er immers een explosie van installaties op de daken, met als gevolg veel meer groenestroomcertificaten. Uiteindelijk zal het de eigenaars dan niet meer lukken om hun groenestroomcertificaten te verkopen, omdat er dan te veel zijn”

legt woordvoerster van Brugel Adeline Moerenhout uit.

Vlaanderen: een geleidelijke uitstap

De VREG voerde het prosumententarief eind 2014 in Vlaanderen in. Maar er hangt verandering in de lucht voor 2020. Op termijn zou dit tarief wel eens afgeschaft kunnen worden.

Huishoudens die vóór 2021 zonnepanelen lieten plaatsen, kunnen al een slimme teller laten installeren. Dit gebeurt ofwel op vraag, ofwel in het kader van de vervanging van tellers zoals gepland door de distributienetbeheerder.

Zodra die slimmer teller werd geplaatst, heeft de prosumer twee mogelijkheden:

  • Ofwel behoudt hij het jaarlijkse compensatiesysteem terwijl hij een forfaitair prosumententarief blijft betalen.
  • Ofwel kiest hij voor een tarief dat is gebaseerd op de werkelijke afnamen. De prosumer krijgt een vergoeding voor de energie die hij in het net injecteert. De jaarlijkse compensatie op het commodity-gedeelte bij de aankoop van de elektriciteit zal behouden blijven.

De prosumers hebben die keuze enkel de eerste 15 jaar. Daarna wordt het compensatiesysteem afgeschaft. Neem nu dat je al 5 jaar zonnepanelen hebt. Met deze regeling kun je dan nog 10 jaar in dit systeem blijven.

Weetje: je moet geen 15 jaar wachten om over te stappen op het nieuwe systeem. Je kunt op elk moment veranderen. Weet wel dat dit onomkeerbaar is. Die beslissing is voordelig indien:

  • je overdag vaak thuis bent;
  • je de opgewekte elektriciteit zelf verbruikt.

Voor huishoudens die na 1 januari 2021 zonnepanelen laten plaatsen, is het nieuwe tarief, gebaseerd op de werkelijke afnamen, automatisch van toepassing.

Wallonië: uitstel van het prosumententarief

In Wallonië kondigde de nieuwe regering in september 2019 het uitstel van het prosumententarief naar 2025 aan. Dat is 5 jaar uitstel ten aanzien van de aanvankelijke datum van 1 januari 2020. Begin december 2019 bevestigde de CWaPE — het orgaan dat bevoegd is voor de bepaling van de energieprijs — echter dat dit niet het geval zal zijn. Toch bleef de Waalse regering hardnekkig vasthouden aan haar plannen. Gezien de verwarrende situatie kondigde de CWaPE aan dat de prosumers de komende 4 maanden geen bijdrage moeten betalen. Het tarief moest er dus komen tegen 1 mei 2020. De Waalse regering zal tegen dan dus een akkoord moeten hebben bereikt.

Wat nu?

Op de vooravond van 1 mei publiceerde de regering in extremis een akkoord dat bepaalt dat ze diverse ‘begeleidingsmaatregelen zal toepassen. Eén daarvan is de betaling van de prosumers voor de in het net geïnjecteerde elektriciteit, en dat voor een duur van 5 jaar. In afwachting van een verduidelijking van deze maatregelen stemde de CWaPE in met een nieuw uitstel tot  1 oktober 2020 voor de toepassing van de bijdrage.

De distributienetbeheerders (DNB) willen de klassieke tellers geleidelijk vervangen door slimme tellers. Dit moet dan gebeuren tussen 2023 en 2029. Zodra de prosumers die hebben, kunnen ze genieten van een tarief dat is gebaseerd op hun werkelijke afhalingen van het net. Het compensatiesysteem zou dan geleidelijk moeten verdwijnen.

Hoe bereid je je het best voor op het einde van het compensatiesysteem?

Met al die nieuwe wetten is het belangrijk dat je je manier van verbruiken herziet. Om je elektriciteitsfactuur onder controle te houden, zul je immers zo weinig mogelijk elektriciteit van het net moeten nemen. Daarom:

  • Beperk je stroomverlies
  • Gebruik toestellen die veel energie verslinden (vaatwasser, droogkast enz.) overdag
  • Investeer in een thuisbatterij
Reageren!